Fasen in het leren werken met een digitaal bord.

Als nieuwe gebruiker van het digibord zal je verschillende fasen doorlopen, afhankelijk van je voorkennis en interesse zal dit proces sneller of trager verlopen. Het correct leren hanteren van het digibord vraagt tijd, volgende fasen worden in de literatuur onderscheiden. Iedereen heeft zijn eigen stijl van lesgeven (gelukkig maar), toch is het de bedoeling dat op termijn alle collega's fase 3 of 4 bereiken.

Fase 1: Substitutiefase
De leraar is nog onwennig en enigszins bevreesd om met het digitaal bord te werken. Hij gebruikt het grotendeels als een krijtbord (dus om dingen te noteren) of als een projectiescherm (zoals bij zijn vroegere PowerPoint). In beide gevallen heeft hij nog de volledige controle over het bord.

Fase 2: De lerende gebruiker
De leraar heeft besloten om meer uit het bord te halen en begint zijn bestaande lesmateriaal aan te passen. Hij integreert meer tools maar blijft voorlopig de enige die het bord bestuurt. Het gaat dan ook voornamelijk over presentatietools en niet-interactieve tools. Leerlingen komen nog niet naar voor om het bord te bedienen.

Fase3: De ingewijde gebruiker
Er ontstaat interactie in de lessen. De leraar wil nu echt niet meer terug naar zijn oude krijtbord want hij beseft dat het digitale bord een meerwaarde biedt door de manier waarop hij leerlingen bij de les kan betrekken. Hij verwerkt allerlei interactieve tools in zijn les en zorgt dat leerlingen ook werkelijk actief zijn.

Fase 4: De gevorderde gebruiker
Het lineaire verloop van de les wordt doorbroken en de leraar heeft steeds meer aandacht voor de didactiek in plaats van voor de techniek. Het bord en andere media worden doelbewust ingezet om een echte meerwaarde te creƫren. Hierbij is niet langer alles van tevoren bepaald, maar speelt de leraar flexibel in op vragen van leerlingen en problemen die tijdens de les opduiken. Zo kan hij bijvoorbeeld het internet gebruiken om bijkomende uitleg te bieden of om de actualiteit te raadplegen, kunnen leerlingen extra oefeningen maken via het bord of hun taak verbeteren aan de hand van een verbetersleutel op bord, enzovoort.

Fase 5: De samenwerkende gebruiker

In deze laatste fase wordt het digitaal bord zowel door de leraar als door de leerlingen optimaal gebruikt. De leerlingen werken steeds vaker volledig zelfstandig met het bord, bijv. binnen projectonderwijs, hoeken- of contractwerk. De leraar wordt dan de coach.
Uiteraard bepaalt iemands persoonlijke leraarsstijl ten dele zijn manier van lesgeven, maar elke leraar zou ernaar moeten streven om de derde of vierde fase uit bovenstaand groeiproces te bereiken. Uit onderzoek in landen waar digitale borden al langer in gebruik zijn (bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en Australiƫ) blijkt immers dat de leerresultaten van de leerlingen verbeteren wanneer het bord op een didactisch verantwoorde manier ingezet wordt (Betcher en Lee, 20093). Ook gaan leraren vaak beter lesgeven wanneer ze een digitaal bord in gebruik hebben genomen. Het is dus een win-win-situatie voor alle partijen!